
|
|
|
|
(Egbert O.; Assen) Het klokje op mijn XJR stond op 8.06 toen ik de startknop indrukte. Maar om de start te maken voor een wat langere rit had ik in de afgelopen weken een paar probleempjes met de Yam opgelost. De banden waren aan vernieuwing toe. De voorband was weer vreemd afgesleten, ondanks dat ik deze winter op aanwijzingen van Bridgestone de voorspanning van de voorvork verhoogd had. Ook de vorige voorband had dit vreemde slijtagepatroon vertoond. Volgens Bridgestone zou het een kombinatie zijn van een zware motorfiets en een voorvering, die niet stijf genoeg zou zijn. Achter was het profiel ook niet fris meer. Eerder dit jaar hadden we na de escorte bij Joyce en Marcel een bakkie gedaan bij MAD-racing. Toen was het onderwerp ‘banden’ ook ter sprake gekomen en zij hadden vrij goede ervaringen met Maxxis-banden. Het waren geen racebanden, maar voor een doorsnee-motorrijder wel goed. En ze waren goedkoper dan een setje Bridgestone. Ook werd er gunstig gesproken over levensduur. Meer dan 10.000 kilometer zou moeten kunnen. Omdat Noord-Scharwoude toch we een eindje uit de buurt was sprak ik met hun af, dat ik gebruik mocht maken van hun hefbrug en dat zij dan de banden zouden wisselen. Ze konden het achterwiel niet goed in balans krijgen en toen vonden ze het probleem : een van de lagers in het achterwiel had wat speling. Lagers hadden ze niet op voorraad, dus moest ik dat probleem zelf maar even oplossen. Het hoe werd snel verteld en daarna ging ik naar huis. Maar ik kon het lager er niet uit krijgen en in het werkplaatshandboek van Yamaha stond dat ook niet beschreven. Zelfs alle lagers kon ik niet op de plaatjes terug vinden. Behoorde blijkbaar tot de basiskennis van een monteur en die kennis had ik net niet. En omdat ik een lager nodig had om nieuwe te kunnen bestellen besloot ik het dan maar bij Simon Schram, mijn dealer, te laten doen. Na deze klus werd het wiel weer gemonteerd en was ik eigenlijk klaar om de rit mee te kunnen doen. Op de morgen van de rivierenrit nam ik de beslissing om alsnog mee te gaan. Zelf voelde ik mij goed. Dus meldde ik mij nog snel even aan. De routeplanner op het internet had aangegeven dat het zo'n 180 kilometer zou zijn tot het huis van John de Rooy. Alleen het laatste deel van de route dwars door Nieuwegein was niet mijn idee, zodat ik dacht dat ik het wel binnen de zeven kwartier - de tijd volgens de routeplanner - het kon doen. Dus zat ik met een vertrek van even over achten wel goed. Bij vertrek miezerde het wat en net onderweg regende het toch nog. En de buien en droge perioden wisselden elkaar wat af. Het regende niet zo erg dat de regenbroek aan moest. Bij het laatste tankstation vlak bij Nieuwegein werd de tank even gevuld. Gezien de afstand, die voor de rit stond, zou ik het nu kunnen doen zonder te tanken. Bij het binnenrijden van Nieuwegein werd ik ingehaald door een motorrijder in een vonkenregen Edje kwam even voorbij. De straat waar John woonde was snel gevonden. Daar stonden al een paar motoren en binnen stond de koffie al klaar. Lekker zo’n bakkie troost na een ritje. Het aantal deelnemers liep gestadig op. Toen John zei, dat hij ook een paar routebeschrijvingen had voor liefhebbers, vroeg ik ook om een exemplaar. Altijd makkelijk als je weet waar ze langs willen gaan. Maar de tijd was te kort om de beschrijving goed in de roller te krijgen. Bij vertrek melden enkele deelnemers, dat ze eerst moesten tanken. John wist een tankstation vlak bij die op zondag ook open was. Maar het tankstation lag buiten de route en omdat niet iedereen al klaar was om weg te rijden raakten we de eersten al kwijt. Gelukkig vond de rest het tankstation. Na de tankbeurt vertelde Arie dat we ook op de motor achter ons letten en als je die kwijt was, dan even wachten tot hij er weer was. Zo zouden we voorkomen dat we elkaar kwijt zouden raken. En toen begonnen we aan de tocht. Deze leidde ons over kleine dijkweggetjes, door oude dorpjes en stadjes. Maar ook langs verscheidene kunstwerken, die Rijkswaterstaat in de loop der jaren had gemaakt. En ik kreeg het idee, dat John de rit wel rivierentocht had genoemd, maar eigenlijk een rit was om iedereen te laten zien wat RWS kon laten bouwen. Onderweg werd gestopt voor een peuk, een plas. Bij de eerste stop had ik even tijd om de routebeschrijving even goed in de roller te doen en bij John even te informeren waar we waren. Ergens onderweg werd gestopt om wat te eten. En het was alsof na de stop voor het eten men op sterkte was gekomen, want toen werd er in een hoger tempo gereden. Hadden we tot de lunch nog tijd gehad om de omgeving in ons op te nemen, nu was het opletten en gassen. Maar we bleven met de groep kontakt houden. En in de rit zaten twee keer een oversteek met een pontje en Arie vond dat dat wel uit de pot kon. Kwamen we nog in aanmerking voor groepskorting. Het einde van de rit was bij "De Witte Bergen" en daar praatten we nog even na en af en toe vertrok er iemand richting huis. Ook ik besloot om weer huiswaarts te gaan. Onderweg belde ik nog even, hoe laat ik dacht thuis te komen. Mijn vrouw meldde, dat het thuis al regende en bij Staphorst werd het zo donker dat ik besloot om alvast de regenjas weer aan te doen. En bij Meppel regende het. Het was al bijna kwart voor zevenen, toen ik de sleutel uit de Yam trok. Bijna 540 kilometer had ik gereden en de nieuwe bandjes hadden geen problemen gegeven. En het weer, ach af en toe was het wel eens wat nattig, maar nooit zo erg dat het regenpak helemaal aan moest. Voor mijn gevoel was de rit geslaagd en wil nogmaals John bedanken voor het werk en de gastvrijheid. EgbertO |
|