1300SP neemt het op tegen stalgenoot V-Max 1200


Van onze redacteur

De nekspieren staan staalhard gespannen en de armen lijken wel vijf centimeter langer geworden na een stukje autowegracen. Deze Yamaha's XJR 1300SP en 1200 V-Max zijn echt geen motoren voor mietjes.

De eenvoudige, luchtgekoelde viercilinder in lijn van de XJR 1300SP is geen kat om zonder handschoenen aan te pakken. Toegegeven, wie het gashendel voorzichtig hanteert, kan elk van de 106 paardjes stuk voor stuk uitlaten. Maar o wee als je de carburatoren met één ruk opengooit. Eerst trekken soepelheid en koppelkracht je uit je sloffen en dan maakt de pure kracht het werk met glans af.

Wat ik leuk vind aan zo'n dikke, naakte fiets als de Yamaha XJR 1300, is dat je hem op het eerste gezicht niet aangeeft dat hij zo hard uit de hoek kan komen. Zeker niet in zijn gewone burgerkleuren. De agressievere SP-decoratie laat al meer in zijn kaarten kijken.

Als de rijder moet je, met enig sleutelwerk, de juist afstelling vinden van de vering en de demping van de ophanging. Wat tot mijn grote verbazing achteraan niet zo eenvoudig is als de open en bloot opgestelde stereo-veerelementen laten vermoeden. Eens dat voor mekaar is, blijkt de Yamaha XJR plots heel wat spoorvaster te worden en is het een makkie om het onderste uit zijn aangeboren wendbaarheidskan te halen. Temeer daar de uitstekende remmen altijd paraat staan om in te grijpen en de grondspeling heel wat mogelijk maakt zonder dat er een een gensterfestival van komt.

Al deze dingen spelen nog door mijn hoofd wanneer ik het been over het getrapte zadel van de Yamaha V-Max gooi. Die vervelende luchthappers langs de valse tank kunnen mij gestolen worden. En een eventuele passagier zal denk ik zonder twijfel het zadel van de XJR verkiezen.

De ouwe V-Max heeft echter niets van zijn uitstraling verloren. Iedereen kijkt de massief ogende machine na wanneer zij met de kenmerkende, rauwe ronk van haar vloeistofgekoelde V4 haar 102 paarden de sporen geeft, lichtjes opgetild door haar cardanaandrijving.

Al snel blijkt echter dat een kronkelend bergparcours niet het geliefkoosd speelterrein is van de Yamaha V-Max. In vergelijking met het stuurgemak van de XJR vraagt het toch wat arbeid om de 262 kilo's van de V-Max met enige gezwindheid om de hoek te gooien. Die ouwe makker bezorgt je daarbij opnieuw het deinende gevoel van weleer, zoiets van ,,daar ongeveer zou ik moeten uitkomen''. Rechtuit volgas is onze V-Max al evenmin spoorvast en de rijwind is er nog minder op te harden dan op de XJR.

Heeft de V-Max dan afgedaan? Ach neen, anders zou hij niet de langst levende Japanner zijn, die nog altijd in zijn originele versie in het straatbeeld opduikt. Deze Yam is een showbeest als geen ander. Er bestaan ook kits, die hem nog veel meer kracht bezorgen dan hij van huize uit heeft meegekregen. Er bestaan ook modernere veerelementen, die de V-Max baanvaster maken. Maar vooral dit: er bestaat geen enkele andere machine dan de V-Max, die zonder schminkbeurt in een Terminatorfilm de hoofdrol kan spelen. En daarvoor alleen al hebben V-Maxkopers makkelijk 429.900 frank veil. Dat de jongere en modernere XJR slechts 349.900 frank kost of 374.900 frank in zijn SP-versie, zal de V-Maxliefhebber worst wezen.

14/07/2000 Yves Barbieux